What’s in a name?

What's in a name?

Op mijn 19e kreeg ik de diagnose ADHD. Ik was zwaar depressief. Ik begreep niks van het leven en het leven begreep vooral niks van mij. Ik stond wel ingeschreven voor een studie, maar studeren deed ik niet. Dagen lag ik in bed en het leven vond ik ruk. Dus toen ik een diagnose kreeg en het dus ‘niet aan mij lag’ viel er een puzzelstukje op de plek. 

Een vrij gemakkelijk gestelde diagnose en achteraf gezien vraag ik mij af hoe secuur het onderzoek is gedaan. Dat de vragen niet context afhankelijk waren en zo ontzettend in the box waren vond ik irritant, maar ik was zo dankbaar dat ik een antwoord had op mijn gevoel van het niet passen in de wereld. Ik nam de diagnose voor lief en ik werd een ADHD’er. “Sorry, maar dat komt door mijn ADHD” werd zo’n lekkere standaardzin in mijn woordenboek als ik onhandig, chaotisch, te laat, te druk of te veel was. Ik had geen schaamte voor mijn diagnose, maar trots was ik ook niet. ADHD voelde voor mij ook dom. Te dom om het leven te doen zoals je het hoort te doen. 

Pas jaren later, na veel persoonlijke ontwikkeling en steeds beter ontdekte wie ík ben. Daarnaast werd ik door een paar mensen gevraagd of ik niet hoogbegaafd ben. Ik? De vrouw die je absoluut niet in je team moet nemen bij een pubquiz als je doel is om te winnen…Toch ging er iets knagen, zou het? En er ging vooral iets bloeien. Daar waar de diagnose ADHD mij in een hokje duwde van onmogelijkheden, bracht het idee van hoogbegaafdheid mij naar nog te ontdekken mogelijkheden. 

AD(H)D, hoogbegaafdheid, Dyslexie, maar ook ASS, en hooggevoeligheid vallen onder de noemer neurodiversiteit. Neurodiversiteit is als het ware een mengelmoesje van dat wat door de psychiatrie als stoornis wordt omschreven en dat wat door de samenleving als geaccepteerd ongemak wordt ervaren. Het gaat dus niet om behandelingen en GGZ, maar meer als een verzamelterm voor alle breinen die anders bedraad lijken te zijn. En eigenlijk gaat het daar zelfs niet over, maar over de botsingen tussen jou en de wereld, waarbij een neuro-divergente zelf met name de botsing ervaart, vanwege het continu aanpassen en maskeren van wie je werkelijk bent. En waarbij de wereld vooral de botsing ervaart met de gediagnosticeerde ‘jij past niet en moet je aanpassen aan ons”. Dit is natuurlijk super generalistisch gesteld en geen absolute waarheid én ook nog in extreme zin. De meeste neuro-divergente mensen met of zonder een officiële diagnose herkennen de botsing twee kanten op. En daarmee is dat overvolle hoofd een dagelijkse worsteling.

Neurodiversiteit roept in het algemeen meer inclusiviteit op en vier de verschillen! gejuich. Het vraagt eigenlijk aan iedereen om juist wel jezelf te zijn. Bijvoorbeeld op je werk, want hoe fijn is het als je een creatieveling en detaillist in je team hebt zitten. Het creëert een sfeer van nieuwsgierigheid. En daarom ben ik zo trots op Cathelijne. Die al 18 jaar geleden begreep dat het bij het benaderen van ADHD vooral zou mogen gaan over de botsing die jij zelf ervaart met de wereld en de invloed die jíj daar op hebt. 

Dus in hoeverre laat jij je echte kleuren zien? Welke maskers heb je door schade en schande op moeten doen? Wat is nu werkelijk belangrijk voor jou? Hoe zorg je ervoor dat je voldoende energie hebt en oprecht kunt genieten van het leven? Een kijk, die nu aansluit bij hoe er gesproken wordt over het belang van neurodiversiteit in onze wereld.

Haar visie heeft ze fijn samengevat in het model van de ‘emmer’. In deze video laten we zien hoe wij naar ADHD kijken. 

Ik heb mij overigens niet laten testen op hoogbegaafdheid. Mijn brein heeft gewoon veel voeding nodig. En dan geen meuk, want dan krijg ik kortsluiting en ga ik van binnen uit, maar lekkere voeding waardoor ik kan groeien en bloeien. En daar kan ik helemaal oké mee zijn, zonder een label of diagnose leven is een verademing. 

Want jezelf zijn werkt.

Anna Sarbo