fbpx

Over handen wassen en billen poetsen

Deze week kwam er op kantoor een mailtje voorbij van een student die onderzoek doet naar het gebruik van protocollen bij kinderen met AD(H)D. Het idee hierachter: een protocol zou een kind met AD(H)D kunnen helpen om alle stapjes die horen bij een bepaalde taak goed uit te voeren. In het meegestuurde voorbeeld zat een tot in detail uitgewerkt plan voor de taak ‘handenwassen’. Dat zou een kind dan stapsgewijs in 6 weken uit zijn hoofd moeten leren en zich eigen moeten maken.

Stap 1: het opstropen van de mouwen..

Ergens bij stap drie raakte ik de draad kwijt. Want terwijl ik dat protocol zo eens las ging ik zelf spontaan twijfelen aan mijn eigen ‘handenwas’ skills. Het leek opeens een stuk ingewikkelder dan ik altijd dacht. Ik vroeg me af hoe dat voor een kind met AD(H)D zou zijn…

In de coaching proberen we in volle hoofden weer wat meer ruimte te maken. Bij kinderen met AD(H)D zit dat koppie vaak vol met allerlei gedoe. Er is al véél te denken: Ik ben véél te druk, te stil, te.. Kan ik dat wel? Er is véél te voelen: Ben ik wel leuk genoeg? Willen de andere kinderen wel met me spelen?

In de coaching proberen we in volle hoofden weer wat meer ruimte te maken

Ik probeer me dat dan voor te stellen. Dat je zo’n mini mensje bent, met zo’n vol koppie en je moet het ‘protocol handenwassen’ leren. Opeens ben je aan het nadenken over dingen waar je voorheen nooit mee bezig was. Gewoon, omdat het eigenlijk best wel ging. Of niet natuurlijk, maar dat merkte je dan ook vanzelf wel. Dan deed papa of mama het nog een keer voor. Of je sloeg stiekem gewoon een keertje over. Hoe fijn is het om uit te mogen proberen?! En dat je al doende mag leren? Dat er niemand in paniek schiet, wanneer je mouw onverhoopt tóch een beetje nat wordt. En dat jij daar dan van leert dat het handiger is om hem wel omhoog te doen. Uiteindelijk leert elk gezond mensenkind lopen, praten en op de wc plassen. Volgens mij zit dat met handenwassen, een enkele viespeuk daargelaten, ook wel snor!

Je vraagt je ook af waar dit eindigt. Een protocol voor handenwassen. Ook één voor het smeren van je boterham, het kammen van je haar en het poetsen van je billen…?? Als je al geen vol hoofd had, dan kreeg je dat zo wel!

Ik ken een jongetje dat, toen hij vier was, het nog steeds niet zo makkelijk vond om zijn billen af te vegen. Zo’n jongetje dat zit te dagdromen op de wc en eigenlijk helemaal geen tijd heeft om zijn billen te poetsen. Zo’n jongetje dat het ook héél belangrijk vindt dat hij de dingen wel goed doet. Dat maakte dat hij het op een bepaald moment zelfs heel erg spannend vond om aan de juf te vragen of hij naar de wc mocht. Stel nou dat er een ‘wc-protocol’ of een ‘poetsprotocol’ geweest zou zijn… Zou hem dat dan hebben geholpen? Natuurlijk, dat kan. Er zijn kinderen voor wie het juist heel fijn is om precies, maar dan ook echt precies te weten wat er verwacht wordt en hoe dingen moeten. Maar het zou ook maar zo kunnen dat het hem nóg zelfbewuster en zenuwachtiger maakt? Alwéér iets waaraan hij niet had kunnen voldoen.

Uiteindelijk heeft ook hij zijn billen leren poetsen. Zonder protocol. Zelfvertrouwen en geduld bleken het geheime ingrediënt.

Zijn het misschien niet de kinderen, maar de grote mensen die behoefte hebben aan dit soort houvast? Ik snap het ergens echt wel hoor, je hebt niet altijd zin in een waterballet in de keuken. En al die lieve meesters en juffen hebben ook helemaal geen tijd om van 30 kinderen de billen te poetsen. Zo’n protocol zou soms misschien best handig kunnen zijn… voor ons.

Maar dan stel ik voor dat, als wij als volwassenen die behoefte voelen aan het protocolleren van onze kinderen, we dan onze energie vooral stoppen in het bedenken van protocollen waar de kinderen zélf óók wat aan hebben…  Een protocol voor lekker slapen bijvoorbeeld. Of voor plezier. Een protocol voor ontspannen en voor samen spelen. En eentje voor zelfvertrouwen. Als ik zo naar volwassenen kijk, zijn dat skills for life waar je misschien niet vroeg genoeg mee kunt beginnen 🙂

Zelfvertrouwen en geduld bleken het geheime ingrediënt

Groet,

Klaartje Vermunt