Kep er zin in!

Oktober 2014

Inmiddels ben ik zo’n twee maanden aan het werk op mijn nieuw werkplek. Het was even zoeken naar mijn plek in de groep, maar die begin ik voor mijn gevoel aardig te vinden.
Op mijn werk krijg ik ruimte om te ervaren welke werkzaamheden bij mij passen en dat is helemaal nieuw voor mij. Ik koos in het verleden meestal voor banen waar exact het tegenovergestelde van toepassing was. Heb dan ook best wat verschillende banen gehad, maar één principe bleef trouw terugkomen: kei- en keihard werken (lees: aanpassen) tot ik er ziek van werd of ontslag nam omdat ik ‘er-geen-zin-meer-in-had’.

Op mijn nieuwe werk kreeg ik laatst een klusje waarbij ik een aantal kranten moest bellen. Dat had ik nog nooit gedaan en ik dacht meteen: “Ooooh hartstikke leuk! dat doe ik wel even!!”. (backgroundinfo: dit is een standaardgedachte die ik automatisch krijg als mij iets gevraagd wordt te doen op een nieuwe werkplek.)
Toen ik de telefoon op wilde pakken om te bellen voelde ik me alsof mijn keel werd dichtgeknepen. Mijn hoofd sprong in de welbekende kermismodus en ik voelde me doodonzeker, bijna angstig. Wat ging ik in godsnaam zeggen? Wat als er vragen zouden komen waar ik geen (goed) antwoord op wist? Wat als ik iets verkeerds zou zeggen? Whaaaaaaaaaaahhh!! Alle radertjes waren volop aan het draaien.
Ik ging googelen. Informatie zoeken om te kijken welke scenario’s er allemaal mogelijk waren. Waar ik op voorbereid moest zijn. Hoe je zo’n krant nou eigenlijk moest benaderen? Wat ik nou in godsnaam eigenlijk moest zeggen? You name it..I googled it.
Daar ging best veel tijd in zitten. Undercover uitstelgedrag?
Gewoon de telefoon oppakken, bellen en wel zien wat er zou komen ging hem duidelijk niet worden.

Na een hoop drukte en gedoe in mijn hoofd liep ik toch maar naar mijn collega om tips te vragen. Iets wat ik normaal gesproken niet zou doen (ik ben van het ‘doe-het-zelven-tot-je-er-letterlijk-en/of-figuurlijk-bij-neervalt’).
Tips kreeg ik. Mijn dichtgeknepen-keel-gevoel bleef, maar de tips hielpen mij wel de drempel over om toch die telefoon op te pakken en een aantal telefoontjes te plegen. Na elk telefoontje moest ik even bijkomen en iets anders doen (lees: naar buiten kijken/koffie halen/plassen/iets lezen etc.) om mijn mind te resetten voor het volgende telefoontje.
Tot nu toe was ik elke werkdag met een fijn energielevel naar huis gegaan, maar na deze dag was ik uitgeput!
De dagen erna bleef door mijn hoofd spoken dat ik de eerstvolgende werkdag weer verder zou moeten gaan met deze klus. Voor het eerst werd ik me bewust van de hoeveelheid energie die ik stak in het eerst ontwijken/uitstellen en uiteindelijk doen van iets wat ik spannend of misschien toch (ik durfde het bijna niet te denken) NIET LEUK vind.
Voor het eerst zag ik het begin van mijn trouw-terugkomende-principe. Ontslag en ziek worden waren in deze geen opties, dus wat dan wel? Er iets over zeggen? Ik? De alles-kunnende-en-leuk-vindende werknemer?
Ja dus.
Wat ik ging zeggen wist ik niet precies. Wat ik wel wist was, dat ik in ieder geval íets ging zeggen en dat ik het níet ging googelen!
De dag dat ik het bespreekbaar ging maken had ik natuurlijk migraine. Het feit dat ik dit ging uitspreken zat me letterlijk en figuurlijk HOOG.
Ik weet niet meer precies hoe en wat ik heb gezegd. Het enige wat mij is bijgebleven zijn de eerste woorden en de lach van mijn baas: “Ooooh ik probeer deze klus al drie jaar aan iemand te slijten… hahahahaha!”
Dit was echt de laatste reactie die ik had verwacht! De opluchting en geruststelling die ik door deze woorden en lach kreeg was priceless! Ik had er weer zin in!

Sara.