Blog Zone van naaste ontwikkeling

April 2016

Ik zie me staan met een twee-jarige die op een glijbaan wil die te hoog en te onveilig is. En hij wil zo graag….en mijn brein denkt het merendeel van de tijd in ‘hoe kan dit wel’ in plaats van ‘dit kan niet’. Dus ik heb heel wat tijd onopvallend opgesteld gestaan bij glijbanen en op andere plekken waar een van de kinderen iets wilde wat eigenlijk net een bruggetje te ver was. Herkenbaar?

Maar glijbanen worden ingeruild voor andere dingen met grotere impact. Je kind wil zelf naar een vriendje twee straten verderop, wil op kamp,wil een mobiel, wil een scooter, wil……van alles waar jij vaak nog (net?) niet aan toe bent!

Tijdens mijn studie psychologie kwam er natuurlijk ook een vak als Ontwikkelingspsychologie langs. Toen was het allemaal theorie maar nu ik al ruim 12 jaar moeder ben, gaat die kennis meer en meer voor me leven. Zo realiseer ik me nu hoeveel ik zonder het me echt bewust te zijn, gebruik maakte van de Russische psycholoog Vykotsky en zijn theorie over de zone van naaste ontwikkeling.

In simpele woorden gezegd houdt deze theorie in: er zijn dingen die je kunt, en er zijn dingen die je nog niet kunt. Dingen die je nog niet kunt, maar met een beetje steun en vertrouwen wellicht toch net wel zou kunnen, liggen in de zone van naaste ontwikkeling. Het zijn de dingen waar je eigenlijk nog net niet aan toe bent, of eigenlijk dus net wel

Jongste wilde met vriendjes bij de voetbalclub spelen en zelf terug naar huis. Hm, net te ver, net te onveilig, net te spannend. Hoe kan het wel? Spreekwoordelijke zwembandjes aangelegd, afspraken en instructies gegeven en 1,5 uur later staat er een trots ventje op de stoep. Zelf terug gekomen.
En zo heb ik talloze voorbeelden van situaties dat mijn kinderen iets willen en mijn lichaam even in de schrikstand schiet. Maar meestal gebeurt het wel, nadat ik bedacht heb hoe het veilig en verantwoord toch wel kan. Ook al vind ik het spannend.

Want voor wie is die zone van naaste ontwikkeling nou eigenlijk zo spannend? Voor het kind? Voor de ouder? Eigenlijk geeft het beiden stress, maar voor het kind positieve stress en voor ouders vaak negatieve stress.

Vanwege dat laatste, de negatieve stress bij ouders, proberen we vaak onbewust de kinderen in het hokje ‘zone van ontwikkeling’ te houden. Maar voor het kind is dat saai wegens gebrek aan positieve stress. De kans dat ze zich met hart en ziel gaan toeleggen op datgene dat ze moeten leren in de zone van ontwikkeling, is dan klein. Want het is niet uitdagend.

Een tweede reden dat we kinderen te weinig naar de zone van naaste ontwikkeling laten gaan, is omdat we denken dat je eerst datgene dat in je zone van ontwikkeling ligt eerst goed moet beheersen voor je verder kan. Dus….nee je mag niet zelf naar school fietsen want je kan nog niet eens met mij er bij goed opletten. Of nee je mag nog niet met breuken aan de slag want de tafels zitten er nog niet in. Of nee, je mag niet zelf naar huis komen na het feest want je kan nog niet eens ’s morgens zelf zorgen dat je op tijd op school komt. Allemaal volgende stapjes waar je kwaliteiten voor nodig hebt die nog niet feilloos beheerst worden.

Maar…..het brein wil uitdaging, wil positieve stress. En lonkt dus altijd naar net 1 stapje verder. Tenzij je dat proces te lang en te vaak ontmoedigd, en dan gaan we roepen dat ze lui zijn of niet goed kunnen leren. Dat is jammer. Want als je in de zone van naaste ontwikkeling mag ronddartelen, kom je er ook achter wat je in de zone van ontwikkeling nog moet fine-tunen. Dubbel winst!

Dus lieve papa’s en mama’s: het kind wil altijd net iets sneller verder dan jij en vaak in  een vorm die je zelf niet gekozen had. Je kind kiest, ook op sociaal gebied, een groeipad dat lang niet altijd strookt met hoe jij het voor je ziet. En dus wil het altijd net meer dan jij vindt kunnen. Iets langer op een feestje, iets eerder naar Ibiza dan jij lollig vindt. Hoe meer je op de rem gaat staan, hoe aantrekkelijker het wordt. Simpelweg omdat dat wat achter het muurtje zit, ons brein kietelt. Met bovenstaande kennis snap je vast beter waarom en wordt het gecontroleerd loslaten van je kind makkelijker!

Cathelijne Wildervanck

Vygotsky onderscheidde verschillende leerniveaus bij kinderen:

– Het actuele ontwikkelingsniveau: activiteiten die een kind al zelfstandig kan volbrengen;

– Het hogere ontwikkelingsniveau: activiteiten die het kind nog niet zelfstandig kan, maar wel wanneer het sociale of praktische ondersteuning krijgt bij de uitvoering ervan. Dit wordt ook wel de zone van de naaste ontwikkeling genoemd.

Een begrip dat nauw samen hangt met de zone van de naaste ontwikkeling is scaffolding. Letterlijk vertaald is ‘scaffolding’ het voorzien van steigers. Wanneer je  het kind helpt, begeleidt en stuurt bij dingen die het nog nét niet zelfstandig kan (zone van naaste ontwikkeling), ontstaan leermomenten waarmee kinderen steeds weer boven zichzelf uitstijgen. Dit zijn positieve stress-momenten, en dragen enorm bij aan het gevoel van zelfvertrouwen!

Vygotsky ging er vanuit dat kinderen gestimuleerd moeten worden de Zone van Naaste Ontwikkeling op te zoeken. Steeds meer komen we er achter dat kinderen die zone juist zelf opzoeken alleen dan niet op een gebied ‘’volgens het boekje”. Daarin hebben ze hun eigenlijk natuurlijk verloop en de kunst is om daar bij aan te sluiten.