Blog Wereldmodel

Mei 2014

Vroeger dacht ik dat ik getikt was. Nu weet ik dat ik een I-tje ben, je weet wel, die van Myers-Briggs. Dus snap ik beter waarom ik eigenlijk niet zo’n feestbeest ben. Ik ben trouwens een I-tje met een tonaal voorkeursysteem. Da’s een dubbele uitdaging op een feestje! En dus kan ik ook kansloos jaloers zijn op bijvoorbeeld mijn wederhelft die vijf keer “papa, papa” kan weerstaan en zonder haperen gewoon zijn verhaal afmaakt.

Ook heb ik dankzij het model van de neurologische niveaus ontdekt waarom gesprekken nog al eens mis liepen: ik miste de onderste helft van het model. Ik was onlangs op de schrijvers-bbq van mijn uitgever. Op zich al een interessant fenomeen aangezien ik waarschijnlijk het merendeel van de daar vertegenwoordigde boeken wel ken, maar het bijbehorende schrijvershoofd niet. In gesprek met een schrijver over mindfulness belandde ik zo in een prachtige, door mijzelf gegraven kuil. Dom van me, dat ik zei: “Maar dat kan toch veel sneller?” Mindfulness mag dan een prachtige levenshouding zijn met een aan populariteit winnende ‘dagelijkse dingen – vorm’. Maar voor het oplossen van problemen vind ik het nogal tijdrovend. Mijn gesprekspartner gebruikte mindfulness bijvoorbeeld in succesvolle trainingen ‘val niet meer terug in je depressie’. Ik opperde dat je misschien beter kon streven naar nog meer geluk dan naar het vermijden van terugval in een depressie. Zijn antwoord volstond: het niet terugvallen in een depressie en gelukkig zijn is hetzelfde. Ik mompelde iets over ontkenning en brein en benaderen of vermijden maar kwam er niet echt uit. Want hij vervolgde al: veranderen gaat langzaam en is moeilijk. Want: “Heb je er wel eens bij stilgestaan hoeveel ongewenste patronen moeilijk te veranderen zijn?” Die probeerde ik te pareren met de wedervraag: “Heb jij er wel eens bij stilgestaan hoeveel ongewenste patronen makkelijk te veranderen zijn?” “Nee”, zei hij, “want de makkelijk te veranderen patronen zijn niet de patronen die het ons moeilijk maken in het leven.” Pardon? Ik waag weer een poging: “Heb je er dan wel eens bij stilgestaan welke je het leven moeilijk makende patronen makkelijk te veranderen blijken te zijn?” Ook deze maakte slechts de indruk van een oppervlakkig taalspelletje. “En”, zo vervolgde hij stellig, “de stroming van positieve psychologie is al lang wetenschappelijk achterhaald.” Ik hoorde nog ergens achter in mijn brein zachtjes fluisteren: “Metamodelovertreding.” Maar een andere stem won het. De stem die dacht: “Dit wordt ‘m niet. Dit zijn twee planeten met slechts een touwladder om ze te verbinden, tamelijk zwak en zeker niet duurzaam. Dit wordt debatteren en mijn I met een intern referentiekader met externe check wordt hier doodongelukkig van. Dit gaat pijn doen, van binnen, en ik ga boos worden van zoveel nominalisaties, weglatingen en inbreuken op restricties.” Normaal gesproken ga ik op zo’n moment zwelgen in mijn onmacht maar iets maakte dat ik het deze keer anders deed. En dus, tot verbazing van de overige aanwezigen maar eigenlijk ook van mezelf, toverde ik mijn grootste glimlach tevoorschijn en zei: weet je, wij staan qua overtuigingen aan verschillende uiteinden van het spectrum. Let’s agree to disagree. Ik ga nu lekker met iemand anders kletsen. Ik stond op en liep weg. De rest van de tafel naar ik later hoorde met stomheid geslagen achterlatend. Als ik al getikt ben, dan weet ik er een stuk beter mee om te gaan. Mijn I gaat weinig mee naar dit soort gelegenheden en mijn externe check beperkt zich meer en meer tot ‘significant others’. Het tonale stuk zal altijd een uitdaging blijven. Maar het belangrijkste verschil: echt respect voor mijn eigen model van de wereld doet me minder wankelen. Want het helpt niet om elk model van de wereld altijd te willen verbinden!

Door Cathelijne Wildervanck