Blog Labels

Maart 2015
Cathelijne Wildervanck

Oudste leest niet makkelijk. Als het aan oudste zou liggen leest hij níet. Dat dit enigszins problematisch is, hebben we ook wel gezien. Immers school bestaat voor een groot deel uit hiërogliefen ontcijferen. We hebben hem daar gebalanceerd doorheen willen helpen. Niet teveel pushen, focussen op zijn sterke kanten en er vooral geen ‘ding’ van maken.

Onlangs kreeg hij een schooladvies dat hem en ons tegen viel en eigenlijk stomverbaasd achterover liet vallen. Hadden wij dan altijd verkeerd tegen hem aangekeken? Zagen wij zijn cognitieve prestaties door een roze bril? We dachten van niet. En we willen het joch ook geen overachieverige academische ouders aandoen die er uit willen persen wat er uit te persen valt. We denken niet dat we dat zijn hoor, maar toch. Wie weet hebben wij toch deze blinde vlek.
Dus hebben we een expert ingeschakeld om te kijken hoe hij cognitief in elkaar steekt en wat hem mogelijk belemmerd om dat er uit te laten komen. We vinden iemand die de status heeft van een dinosaurus (als in: een ouwe rot in het vak, overweldigend) dus daar hebben we wel vertrouwen in.
Al na een half uur zegt ze: ik wil hem ook op dyslexie testen. Alles wat ik nu zie en hoor wijst daarop.

Eh…op dyslexie testen? Hebben we zorgvuldig elke vorm van labels van onze kinderen af gehouden, krijg je dat. Zijn we tegen labels/diagnoses? Dat zou wat hypocriet zijn, ik verdien er immers mijn geld mee. Hoe kan ik dat rijmen dan? Nou ik werk met mensen die een diagnose wel weten te relativeren. Die niet per se aannemen ‘eenmaal mis in het brein, altijd mis in het brein’. Die willen weten wat ze zelf kunnen doen, zonder de diagnose als een levenslange handicap te zien.
Ik ga lezen over dyslexie en denk….dit gaat allemaal over ‘eenmaal mis in het brein altijd mis in het brein’. Ik wil niet dat mijn zoon gaat leren dat er iets mis is in zijn brein. En….de voordelen die een dyslexieverklaring opleveren zouden hem wel heel veel brengen. Meer tijd en dingen op een laptop mogen doen zou wel eens een belangrijk verschil kunnen maken Schrijven is een ramp, typen vindt ‘ie leuk. En los daarvan, sinds het woord dyslexie gevallen is zie ik hem opleven. Dat zie ik vaker: als er vastgesteld is dat er iets met je aan de hand is krijg je het gevoel ‘zie je wel ik ben niet gek’. Beetje krom maar zo werkt het dus. Als er iets aanwijsbaars is, hoef je je niet meer zo onmachtig te voelen. Het ligt niet aan je persoonlijkheid, je doorzettingsvermogen of aan je wil. Het ligt aan een paar verkeerd gelegde draadjes. Pfff dat is fijn!

Ik zie thuis nu eens beiden kanten. De kanten die ik ook in mijn e-book geschreven heb: “Heeft mijn kind ADHD, over de zin en onzin van een diagnose”. Nu ik het zelf ervaar ben ik nog meer gesterkt in mijn ideeën. Ja het heeft zin, en ja het is soms ook jammer dat je de diagnose nodig hebt om praktische zaken gedaan te krijgen. Mag ik hem alsjeblieft sowieso laten typen omdat schrijven lastig is? Mag hij sowieso wat meer tijd omdat hij dan floreert? Mogen we kortom kinderen gewoon het bedje bieden waarin ze lekker slapen? Mogen we kinderen leercomfort en leefcomfort bieden zodat ze het beste uit zichzelf halen? Kunnen we stoppen met iedereen op (vrijwel) dezelfde manier in hetzelfde ritme met dezelfde middelen en in dezelfde kaders te laten leren? Zodat iedereen krijgt wat hij nodig heeft en hoe hij het nodig heeft? Dat zou pas fijn zijn!

Cathelijne Wildervanck