Knotteren

November 2016
tennis niveau en psychologisch niveau

Soms moet ik gewoon even knotteren. Ken je dat werkwoord? Ingehouden mopperen. Professioneel schelden mag je het van mij ook wel noemen. Ben een beetje boos namelijk.
Ik lees het nieuwste boek van Dick Swaab. Waarin hij onder andere beschrijft dat als tijdens de zwangerschap er veel stress is geweest bij de moeder, het kind een kleinere amygdala en prefrontale cortex heeft. Dat zijn twee hersengebieden die te maken hebben met angst en met regulering daarvan. Tot zover ben ik nog niet boos hoor. Prima onderzoek. Maar… daar houdt het op! Want psychologie houdt zich het meest bezig met wat er mis is, waar de problemen ontstaan en wat de afwijkingen zijn. Dus is hiermee iets bekend geworden en het enige dat we weten is dat moeders dus liever geen stress moeten hebben bij de zwangerschap.

Los van het feit dat je daar al geen geleerde voor hoeft te zijn om dat te ‘weten’, zou ik zo graag zien dat we ook de andere kant onderzoeken. Want … als je breder denkt dan concludeer je: een Significante Emotionele Gebeurtenis (SEG), heeft invloed op je brein, dat weten we dus zeker voor een Negatieve SEG. Eentje waarbij veel stresshormonen vrij komen. Zou het dan niet nog veel boeiender zijn om te onderzoeken: kunnen positieve SEG’s ook de hersengroei beïnvloeden? Zou het zo kunnen zijn dat veel aanmaak van de tegenhanger, zoals bijvoorbeeld het knuffelhormoon oxytocine, de groei in de amygdala en de prefrontale cortex positief beïnvloedt? Liefst bij baby’s die dus een achterstand hebben gehad en ook voor gewone gezonde baby’s? Maar dat onderzoeken we niet. Nee ik ook niet hoor! Ik ga geen bakken met subsidie aanvragen en jaren van mijn tijd besteden aan iets wat ik dagelijks zie gebeuren Dat kinderen als ze minder stress, meer contact en meer veiligheid aangeboden krijgen, vaardigheden ontwikkelen die eigenlijk wel moeten komen door een verder ontwikkelde prefrontale cortex en een ontspannen amygdala. Gelukkig zijn er wel mensen die zich willen bezig houden met deze vorm van onderzoek, de stroming van de positieve psychologie. Een nog steeds ondergeschoven kindje.

Nog zo eentje: recent is ontdekt dat heel veel psychologische onderzoeken die gedaan zijn, niet dupliceerbaar blijken. Wat zoveel wil zeggen als dat het resultaat helemaal niet zo’n algemene wetmatigheid is als dat we dachten. Nou dan zou je denken, misschien zit die hele psychologie misschien een beetje op een dubieuze lijn. Nee hoor, we gaan gewoon diezelfde onderzoeken nog een keer overdoen. Bakken met geld gaan er tegenaan, om opnieuw te ontdekken of mensen als iemand in nood is en niemand helpt, dan hun nek uitsteken en alsnog wel gaan helpen. Wat dacht je er van om diezelfde bakken met geld te besteden aan mooie programma’s om kinderen te leren wat vriendelijkheid, contact, behulpzaamheid en veiligheid is. Om ze te leren hoe ze hun zenuwstelsel onder hevige stress kunnen reguleren zodat die eerder genoemde amygdala niet onevenredig geplaagd wordt en die prefrontale cortex zijn sturende werking kan blijven doen.

Ik sprak een tijdje geleden een psychiater, hij was er van overtuigd dat er heel veel mensen in de psychiatrie zitten die niet meer te helpen zijn. Ik vertelde hem dat ik van die vele mensen ook wel eens wat mensen ontmoet heb, begeleid heb. En dat die er snel en fris uitgekomen zijn. Ik vroeg hem of hem dat nieuwsgierig maakte. Hij zei van niet, want dat kan niet. BAM, determinisme ten top.

Dagelijks zie ik de effecten als je mensen met hun mogelijkheden in plaats van met hun beperkingen verbindt. Als je het ziektemodel loslaat en gezondheid gaat zoeken. En als je voorlichting geeft over de werking van het brein. Over hoezeer een brein een gewoontedier is, hetzelfde pad wil aflopen. Maar dat het uiteindelijk ook vooral een chemische cocktail is van hormonen en neurotransmitters die bepalen hoe jij je voelt. En dat het grote opperhoofd de prefrontale cortex als geen ander die cocktails anders kan shaken. Zodat jij je beter voelt.

Maar ja, dat is niet evidence based! En dus gaan we dat niet doen!
Kijk, als het over wetenschap gaat dan zie ik het ongeveer zo. Ik tennis op het niveau 9. Mijn man op niveau 5. Maar ik serveer per jaar ongeveer 25 ballen in het net, en hij zo’n 250. Ik ben dus een veel betere tennisser. Rarara wat klopt er niet? Onder de juiste inzenders verloot ik het nieuwste boek van Dick Swaab (1 keer gelezen) 🙂

groeten, Cathelijne