Het houdt nooit op

November 2013

Vandaag vier ouders gecoacht. Drie moeders en een vader. En allemaal zeggen ze hetzelfde: ik ben moe, het is zoveel, ik trek het eigenlijk niet. Het is zo hard werken. En dan probeer ik ze uit te leggen: als jij niet in je lijf bent, gaan je kinderen aan je lopen morrelen. Als jij onrustig bent, gaan je kinderen dat spiegelen. Als jij gefrustreerd bent, is de kans op rustige lieve kindjes niet zo groot. Het gaat er om niet de kansloze chaos voeding te geven, het gaat er om je eigen plezier, geluk en het gevoel van leven ipv overleven te voeden.

Dat is hard werken hoor, als coach! Want het eerste half uur gaan ze steeds weer naar de “ja maar mijn kinderen zijn gewoon moeilijk en ik moet ze strak in de hand houden en als ik er niet bovenop zit dan en daarom is het heel veel werk”. En daar hebben ze gelijk in, en zo blijven we wel op dezelfde rotonde! Dus dan laat ik ze nog een keer voelen hoe weinig verbinding ze nog hebben met zichzelf. Dan laat ik ze onderzoeken hoeveel (of weinig) blijheid of enthousiasme of plezier ze zelf nog hebben. En dan ontdekken we samen al doende: stemming is besmettelijk en je kinderen reageren op je. En uiteindelijk, na een uur trekken en duwen, gaan er dan ouders de deur uit met het gevoel: het zit ‘m ook in mij! Als ik aandacht heb voor mezelf en tijd maak en mijn eigen leven weer lollig maak, is de kans groot dat mijn kinderen dat ook kunnen! Dan kom ik thuis en word ik zelf overvallen door drie kinderen. En ik ben moe! Ik heb hard gewerkt! En toen dacht ik: ja kinderen hebben is hard werken, en het houdt nooit op. Misschien moet ik dat tegen mijn cliënten zeggen. Inderdaad: het houdt nooit op, dus dan kan je er maar beter veel lol in hebben!